Literair supplement - aflevering 67

Het weekoverzicht van de belangrijkste literatuurrecensies- en interviews uit kranten- en weekbladen in Nederland en Vlaanderen. In samenwerking met Athenaeum Boekhandel in Amsterdam. Veel aandacht voor de biografie van F.B. Hotz, Tom McCarthy, Rascha Peper, David Peace e.a. en een eerste vooruitblik op de titels van het literaire najaar.

 

In Knack een bespreking van Evenbeeld, van de Ierse regisseur en schrijver Neil Jordan. Jan Stevens ziet invloeden en gelijkenissen met de gothic novels van weleer, vooral met Stevensons roman The Strange Case of Dr. Jekyll and Mr. Hyde, ook brengt Jordan "Dublin trefzeker tot leven". En Niets, de young adult roman van Janne Teller is "messcherp geschreven, onvoorspelbaar en thematisch sterk" vindt Annelies De Waele die, mocht ze lesgever Nederlands of moraal zijn, een schooljaar met dit boek zou vullen. Voor Maarten Dessing mist Het grote zwijgen van Erik Menkveld spanning, want de auteur blijft iets te dicht bij de werkelijke gebeurtenissen, al blijft de roman over de verhoudingen tussen de componisten Alphons Diepenbrock, Matthijs Vermeulen en zijn echtgenote "een mooie ingehouden historische roman over een gecompliceerde driehoeksverhouding". En Het laatste testament van de Bijbel wekte bij Jan Stevens irritatie op, dit door het "oeverloze provoceren" en door  James Freys jachtige stijl.

 

In Uitgelezen van De Morgen een interview met David Peace, over 1974 en 1977, de eerste twee van zijn vier romans met als achtergrond de roemruchte Yorkshire Ripper. Over zijn motieven uitsluitend nog te romans te schrijven die op ware feiten steunen: "Er is zoveel geweld in de wereld dat het zinloos is er nog meer te verzinnen en er nog geld aan te verdienen ook. Daar zit iets onethisch in" en ook: "Maar als romancier kan je makkelijker dan een historicus een maatschappelijk debat tot stand brengen. Ik ga helemaal niet postmodern doen en zeggen dat de waarheid niet bestaat. Volgens mij bestaat ze wel. Net omdat een roman fictie is kan hij in dialoog gaan met de feiten en zo de waarheid benaderen". Dit is alles qua fictie in Uitgelezen waarin we ook nog een stuk vinden over Niet voor de winst van Martha Nussbaum, een interview met grahic novelist Daniel Clowes en een recensie van Roman Toilets. Their Archaeology and Cultural History.

 

De Standaard der Letteren raadt Een speciaal soort voorzienigheid van Richard Yates aan. De herontdekte Amerikaan beschrijft voor Peter Jacobs de zinloosheid van de oorlog "precies en zonder omhaal". En Vicky Vanhoutte prijst Het dodevissenmuseum van Charles D'Ambrosio aan "als een van de beste verhalenbundels van de afgelopen jaren". John Vervoort ziet "milde ironie" in Schoolslag waarmee Joseph Pearce "een genuanceerde roman over alle facetten van het schoolleven" poogt te schrijven, maar het geheel "mist soms cohesie".
Joost Vandecasteele kreeg de kans om op Lowlands zijn literaire held Chuck Palahniuk (foto) te interviewen. Die promootte er Pygmee en Snuff. Een gesprek over het belang van voorlezen in obscure kroegen en over de kern in zijn romans: "een individu dat opgroeit in een voor hem of haar vreemde wereld". En over waar Palahniuk zijn ideeën vandaan haalt: "Die worden mij ook aangeboden en verteld door anderen. Als je ietwat de reputatie hebt bezig te zijn met het vreemde en het verborgene, dan krijg je genoeg toegestuurd".
De literaire lef van Laurent Gaudé is grenzeloos, merkt Marijke Arijs op over De poort van de hel waarin de auteur levenden en doden met elkaar verbindt en ze concludeert: "Stilistisch valt er een en ander op zijn proza af te dingen, maar hij slaagt er moeiteloos in om de alledaagse werkelijkheid te verzoenen met het fantastische en het onwaarschijnlijke geloofwaardig te maken. Dát is niet iedereen gegeven".

Alexandra De Vos schetst leven en thematiek van D.H. Lawrence wiens Women in love nu als Verliefde vrouwen is heruitgegeven, een roman waarin "de innerlijke conflicten van de personages zodanig op de spits gedreven dat er nauwelijks nuances of rustpauzes zijn". Met Hof van assisen schreef Louis van Dievel "met zichtbaar plezier en volkse humor (..) een vermakelijke roman waarin niet alleen het gerecht, maar iedereen die bij het proces betrokken is in zijn blootje komt te staan", aldus John Vervoort. En De aleph van Paulo Coelho, past uitstekend in de rubriek Buzzboek en wordt er door Filip Huysegems gelabeld als 'hedendaagse wijsheidsliteratuur van het zuiverste water", met toch drie sterren. In de reeks De ingeving treffen we Tjitske Jansen in het Witsenhuis, het huis van Willem Witsen en Marie Wisten-Schorr waar de Tachtigers vaak te gast waren, nu een schrijversresidentie. De dichteres mag er vijf jaar verblijven: "Ik voel me hier goed en ben zeker dat dit me bij het schrijven zal helpen".

 

In Trouw leest Paul van der Steen de biografie van kunstenaar Rik Wouters door Eric Min, maar hij is niet onverdeeld enthousiast: "[...] wat minder barok en bewondering hadden het boek goed gedaan." En: het was de zomer van de rake debuten, vindt Nels Fahner. Hij demonstreert dat aan de hand van drie titels: Hans Schellekens' De cursus, Toine Heijmans' Op zee en Jan Vantoortelbooms De verzonken jongen. "Spanning opbouwen is de debutanten van nu wel toevertrouwd", signaleert Fahner. Jann Ruyters bespreekt Vossenblond van Rasha Peper. Hij signaleert raakvlakken met het proza van Michael Cunningham en Doeschka Meijsing, maar concludeert: "Toch wijzen die associaties er vooral op dat de bedachtzaam formulerende, traag rondcirkelende Peper in intensiteit bij haar voorbeelden achterblijft." Ten slotte een groot stuk van Monica Soeting over Tom McCarthy's C: "al kun je McCarthy inderdaad nergens betrappen op het bespelen van de emoties van zijn lezers, en al gaat zijn aandacht vaker uit naar een landschap of een gebouw dan naar zijn personages, onder alle uiteenzettingen, beschrijvingen en dialogen smeult wel degelijk een menselijk drama over het onderdrukken van gevoelens".

 

Ook in de Volkskrant het "tragische leven" van F.B. Hotz, op de voorpagina en in een uitgebreid artikel. Maarten 't Hart heeft de biografie "domweg verslonden"; "Ongelooflijk, vind ik, dat het haar zo goed gelukt is die bonte, wilde jaren van Hotz als jazzmusicus in kaart te brengen, en dat schrijnend ongelukkige huwelijk, en die verbijsterende anticlimax daarvan, de moord op jazztrompettist Serein Pfeiffer." Arjan Peter interviewt de Finse auteur Riikka Pulkkinen, onder meer over haar gewoonte een verhaal te bouwen rond een detail: "Misschien is die neiging van mij een Heideggeriaanse tic. Ik heb de Duitse denker natuurlijk tijdens mijn studie gelezen, en hij heeft de term Augenblick-ervaring gemunt: een detail opmerken dat een heel leven weerspiegelt."
Alan Hollinghursts Kind van een vreemde krijgt vijf sterren toebedeeld, en wordt getipt voor de Booker Prize. Hans Bouman roemt vooral de thematiek van de roman die wordt weerspiegeld in de ingenieuze structuur: "[...] een boek over de ongrijpbaarheid van een werkelijkheid die wordt vervalst en gemythologiseerd door misverstanden, leugens en falende geheugens; over een verleden dat afhankelijk van de veranderende behoeften telkens opnieuw wordt herschreven."
Recensies zijn er verder van Rik Launspachs Man meisje dood, dat Daniëlle Serdijn "thematisch ambitieus" noemt, maar dat volgens haar tegelijkertijd "niet uitsluitend noodzakelijke verhaallijnen" bevat, van Ellen Heijmerikx' Wij dansen niet, "een waardig opvolger van haar debuut", van de roman Vissen veranderen bij kou van zwemrichting van Pierre Szalowski, "een vakkundige feel good-roman" en van De verlegen minnaars van Chaja Polak, die volgens Edith Koenders "nodeloos geheimzinnig en pathetisch doet". Het China-nummer van Armada krijgt vier sterren.

 

Ook in NRC Boeken aandacht voor de biografie van F.B. Hotz. Arjen Fortuin las en stelt vast dat biografe Aleid Truijens er weliswaar niet in is geslaagd het geheim van de schrijver te achterhalen, "maar wel roept ze het verlangen wakker om er eindeloos naar te blijven zoeken". Een interview met Tom McCarthy, wiens roman C deze maand in vertaling verschijnt: "[...] literatuur is een doorlopend proces van inbedden en coderen van andere literatuur. In C wilde ik die logica ver doorvoeren."
In de aanloop naar Manuscripta presenteren de redacteuren een uitgebreide leeslijst voor dit najaar. Een van de hoogtepunten op het gebied van Nederlandse fictie is de nieuwe roman van Stefan Brijs, Post voor mevrouw Bromley, maar ook Anna Enquist, D. Hooijer, Doeschka Meijsing, Jan Siebelink, Dimitri Verhulst en Connie Palmen komen met nieuw werk. Poëzietitels om naar uit te kijken zijn de verzamelde gedichten van Jorge Luis Borges, nieuwe bundels van Tonnus Oosterhoff en Eva Gerlach. Pieter Steinz kiest de integrale vertaling van het Middeleeuwse Nibelungenlied en de romans van Wieslaw Mysliwski, Jeffrey Eugenides en Jennifer Egan dit najaar op het gebied van vertaalde literatuur.
Recensies zijn er van de nieuwe roman van Rasha Peper ("Peper laat het toeval flink over Vossenblond uitwaaieren en zet nogal wat lijntjes uit. Te veel misschien."), Rik Launspachs Man meisje dood ("een roman die [...] een stuk bondiger had gekund en ook wel wat preciezer") en Het lot valt altijd op Jona van Mark Boog. Marco Kamphuis leest het derde deel van Tolstojs autobiografie, Studentenjaren, en Joyce Roodnat Andrea Bajani's De belofte: "[...] glijvluchten van taal, met uitbundige lange zinnen en wervelende metaforen".
Ook een groot stuk over de debuutroman van Charles Yu, Veilig leven in een sciencefictionwereld; "behalve een inventief auteur is Yu een zorgvuldig stilist", aldus Rob van Essen. En ten slotte de biografie van Coco Chanel besproken door Joyce Roodnat: "Vanaf bladzijde 1 wil Vaughan Chanels verwerpelijkheid aantonen. Daartoe walst hij suggestief door haar leven en over haar heen."

 

Erwin Mortiers Gestameld liedboek verschijnt volgende week. In Vrij Nederland laat Arjan Visser hem aan het woord. "Hoe treurig, gruwelijk of tragisch het ook is wat ik meemaak, er is altijd een tweede figuur in mezelf, een soort gevoelloze psychopaat, die als het ware over mijn schouder meekijkt en denkt: tja, interessant." En: "Alzheimer is niet: niet meer op een bepaald woord kunnen komen, nee, het is het volledig verdwijnen van de taal."
Plus korte besprekingen van Luis Fernando Verissimo, De engelenclub, David Nolens, De kunst van het wachten, Dr. Seuss, De kat met de hoed (Joukje Akveld: "Echt, pure flauwekul." 5 sterren), Allard Schröder, Het meisje met de afstandsbediening, en Edwin Koopman, De oliekoning. Hugo Chávez en de linkse revolutie in Latijns-Amerika.

 

Schrijvende critici: het is het openingsonderwerp van de kunstbijlage van Het Parool. Dieuwertje Mertens sprak Marja Pruis (foto), Maarten Doorman en Maarten Moll, en stelt de opendeurvraag "Bestaan er dan helemaal geen mores in de wereld van de literaire kritiek?" Tja. Maar Marja Pruis: "Als ik schrijf, bestaan er geen critici. Ik verkeer dan in een andere gemoedstoestand." We hopen dat het gewoon nog zomertijd is bij Het Parool, anders is ons wel heel makkelijk twee pagina's literaire kritiek door de neus geboord. Drie recensies slechts: romancier-criticus Arie Storm over Sebastian Barry's Het beloofde land, Dirk-Jan Arensman over Aravind Adiga's De laatste man in de toren en Maarten Moll over Jussi Adler-Olsens Het alfabethuis en De bedrijfsterrorist.
Storm : "Wat zich ontvouwt, is een verbluffend verhaal. [...] Dit is een machtige vertelling over goed en kwaad en hoe die van positie kunnen wisselen. Maar dit is boven alles het verhaal van een vrouw die altijd, door alle ellende heen, oog blijft houden voor de betoverende aantrekkingskracht van de wereld." Arensman: "Hier is kortom een schrijver aan het werk die niet preekt, maar toont en je je eigen conclusies laat trekken. Het maakt zijn visie op modern India er alleen maar complexer, rijker en overtuigender op." En Moll: "Alleen heeft hij daar wel heel veel pagina"s voor nodig. Ontsnap nou toch eens een keer! schreeuw je de twee Engelsen op een gegeven moment toe."

 

In De Groene leest Marja Pruis "zomerklassieker" Eerst grijs dan wit dan blauw, "een onverminderd fascinerende roman, waarvan ik me niet kan voorstellen dat die nu minder enthousiast zou worden onthaald". Lynn Berger leest Amy Waldmans Ground Zero-roman The Submission ("niet monumentaal, maar wel een treffend en prikkelend tijdsdocument"), Alle Lansu leest Siegfried Lenz' Het begin van iets, dat "een staalkaart van de ambigue menselijke emoties in grenssituaties" biedt, en Rob Hartmans ten slotte Aleid Truijens' Hotzbiografie. "Een nauwgezette en indringende constructie van Hotz' leven, waarbjj ik af en toe het gevoel had dat het ook wel iets minder uitvoerig had gekund," oordeelt Hartmans, die ook uiterst enthousiast is over Hotz' werk zelf.

 

In Elsevier Gerry van der List over Aleid Truijens' biografie van F.B. Hotz. Ze "schrijft goed, maar wat wijdlopig", oordeelt hij, en ze had Hotz" eigen verhalen over zijn leven niet voor waar aan moeten nemen.

 

In HP|De Tijd lof van Dries Muus voor Gerwin van der Werfs romandebuut Wild, "een rauw, krachtig boek, en via zijn hoofdpersoon stipt Van der Werf grote levensvragen aan - maar het is tegelijkertijd erg komisch, zonder dat de schrijver op de vette lach mikt".

Tags: Literair supplement
Geplaatst door Johan Eeckhout/ Marleen Louter op 04-09-2011
Verwante berichten
Reacties
Er werden nog geen reacties geplaatst.
Geef uw mening